Babbelbeekse Beemden - Beheerwerken
 
 

Babbelbeekse Beemden beter toegankelijk!
Op zondag 27 februari werden, onder leiding van de professionele bruggenbouwer Johan VDE, twee prachtige bruggetjes geconstrueerd in de Babbelbeekse beemden. Daardoor kunnen voortaan wandelaars, vrijwilligers en conservators zonder gevaar voor lijf, leden, kledij en reputatie, de beekjes in dit mooie gebiedje stijlvol oversteken. Zelfs de weergoden waren dit initiatief goedgezind zodat de werken plaats hadden in droog weer met af en toe zelfs een klein straaltje zonlicht.

Brug1a Brug1b Brug1c Brug1d

Brug2a Brug2b Brug2c Brug2d
Top

Babbelbeeks Beemden Beheer op 12 februari

BBB01BBB02Ondanks de soms eerder vochtige werkomstandigheden hebben we er zaterdag toch een flinke patat op gegeven. We klaarden alle geplande werkjes en lieten nog net genoeg maaiwerk liggen in de strook langs Bremstraat om over veertien dagen ook nog iets te doen te hebben :-) . Dank aan Annelien, Ingrid, Mario, Greg, Peter en Ludo voor hun enthousiaste inzet. Om even een oude koe uit de gracht te halen: zonder hun hulp waren we echt niet zo ver geraakt.
Als vervolg op het voorgaande willen we zondag over veertien dagen de twee bruggen monteren en het maaiwerk in de strook langs Bremstraat verder zetten. Door dat maaiwerk hopen we een duidelijker beeld te krijgen van wat het kapwerk van 2010 veroorzaakte. Daarnaast hebben we de indruk dat op de "proper" gemaaide stukken minder groen- en ander afval gestort wordt. Consequentie van dit laatste: we zullen de kleine maaihoopjes dus waarschijnlijk moeten verplaatsen ... Kwestie van bezig te blijven, zeker?

Johan & Luc

Top

Knotten in de Babbelbeekse Beemden op 6 februari

KnotBB2010AWanneer ik iets voor 9 uur uit de auto stap, snateren een 40'tal Canadaganzen verstoord dat zij mijn aanwezigheid niet op prijs stellen. Dat blijkt wederkerig en met veel lawaai vertrekt de bende in alle richtingen behalve de mijne. Ondertussen besproeien ze "de Babbelbeekse Beemden" demonstratief nog een laatste (?) keer met drek.
In de loop van de voorbije week kwam ik al eens eventjes peilen tot waar de watertafel momenteel reikt. Dat bleek vrij goed mee te vallen voor de tijd van het jaar. Toch heb ik vandaag mijn veiligheidsschoenen ingeruild voor minder veilige, maar wel drogere rubberlaarzen. Na drie ritjes met de kruiwagen om het nodige beheermateriaal in de buurt van het verlangende wachtende knotwerk tKnotBB2010Be krijgen, begin ik te snappen dat ook dat "drogere" relatief is. In de loop van de dag zal ik me daar overigens steeds intenser bewust van worden. Rond 4 uur, terwijl een duikelende temperatuur de kille grauwte van de mist komt versterken en we nog even verdiend van een drankje met versnapering genieten, kruipen mijn tenen tot boven mijn knieën in een vergeefse poging om aan de ijskoude vijvers in mijn laarzen te ontsnappen. Ondanks die tantaluskwelling voel ik me enorm blij.
Met dertien waren we vandaag in de weer om 30 wilgen te knotten, een eik te vellen, 6 omgevallen bomen te verzagen en een massa afgebroken takken op te ruimen. We peesden daarbij zo hard dat we op één dag de job van een volledig weekend klaarden. Fantastisch om weer eens te mogen ontdekken dat "vrijwillige enthousiastelingen" nog steeds van deze wereld zijn. Een mens zou bijna vergeten dat we in het verleden hetzelfde soort werk meer dan eens met zijn tweetjes of drietjes moesten doorworstelen. Dank je wel Annelien, Eddy, Ingrid, Johan, Mario, Marleen, Peter, Peter, Roger, Stijn en Wim.
Johan D. en Luc

Top

Beheer in de Babbelbeekse Beemden op het kleine scherm
BeheerRTVIn het weekend van 7 en 8 februari werden in de Babbelbeekse Beemden ingrijpende beheerwerken uitgevoerd. Eerst werden de wilgen en essen aan de ingang van het reservaat geknot. Met het afgezaagde of geknipte materiaal werden de takkenbakken gevuld, waardoor veel dieren weer een mooie behuizing krijgen en er een visuele buffer gecreëerd wordt tussen het gebied en de weg erlangs.
Er waren ook verschillende mensen geïnteresseerd in de wilgentenen, die ze op hun eigen grond zullen planten.
Een goede zaak, want die vervangen meestal lelijke betonnen palen, en ze vormen binnenkort evenveel kleine landschapselementen waar de natuur haar voordeel mee zal doen.
Verder werd een aanvang gemaakt met het beheer van de nieuw verworven houtkant die langs de Babbelbeekse beemden ligt. Nogal wat takken hangen gevaarlijk dicht tegen of over de weg en vormen zo een gevaar voor het langskomend verkeer.
Een speciaal element tijdens deze beheerdagen was de komst van RTV. Deze zender maakte voor zijn programma ‘Jan Publiek’ een item, dat Natuurpunt weer wat meer naam- en inhoudsbekendheid geeft. Deze reportage werd uitgezonden op maandag 9 en dinsdag 10 februari.

 

Top

Beheer in de Babbelbeekse Beemden najaar 2008
 

Maandag 29 september.
Deze week wil ik twee halve dagen maaien in "de Babbelbeekse Beemden" zodat het maaisel kans krijgt om uit te drogen tegen het komende beheerweekend.  Elke kilogram water die je niet moet versleuren is immers welkom.  Omdat de weermens -vroeger werd het weer enkel door mannen gemaakt, maar in deze 21-ste eeuw willen vrouwen ook in deze materie een vinger in de pap hebben- nogal wat nattigheid voorspelde en het vandaag droog is, ga ik mijn goede voornemens al meteen realiseren. 
Wanneer ik met de maaibalk het natuurgebied binnen rij, valt het me op dat de doorgang jaar na jaar smaller lijkt.  Niet moeilijk!  De eik vlak voor de ingang groeit steeds verder uit tot een bekoorlijke, stevige peuter.  Daardoor slinkt de toegang voor maaibalk, motoculteur of tractor elk jaar enkele centimeters.  Mits enkele manoeuvres die me in het verkeer gegarandeerd mijn rijbewijs zouden kosten, geraak ik toch binnen.  Tijd om onder het mom van een verkennende wandeling even te rusten.  Een mens is tenslotte geprepensioneerd en mag dus niet meer te verwarren vallen met de actieve bevolking.

Het terrein ligt er opvallend droog bij. Zelfs de oude Arkelloop bevat slechts over een dertigtal meters water (± 20% van de lengte). Alle uitgedroogde grachtdelen zijn bovendien imposant begroeid door Rietgras, Gele lis of Liesgras.  Dat belooft!  Een misstap in dit milieu is vlug gezet.  Wanneer de beplanting me dus opeens over het hoofd schiet en stinkende klodders rottende moos enthousiast mijn broekspijpen in spuiten, ben ik niet echt verbaasd maar beperk me tot hetgeen men in vroeger tijden eufemistisch omschreef als "vloeken als een ketter".  Terwijl ik terug naar het maaiveld klauter, ontdek ik ondanks de tientallen tijgerspinnenwebben op mijn brillenglazen dat de Waterviolier ten zuiden van de centrale Grauwe wilg serieus is uitgebreid.  Moest iemand me gezien hebben, kan ik mijn misstap dus camoufleren als proefondervindelijk leren door multisensoriële waarneming. Dat klinkt veel chiquer dan: “uit pure lompigheid in de plomp gedonderd”.  Doordat ik mottig wordt van de stank die ik nu verspreid, ligt het verdere tempo van de wandeling iets hoger.  Kwestie van de geur voor te blijven.

Het wandelpad en de stroken brandnetels achteraan staan er heel overzichtelijk bij: daar moeten we niets aan doen. Ik stuur stilletjes een dankgebedje naar Marleen die dit deel in juli maaide.  Het Groot kroosvaren dat vorig jaar onze schaarser wordende haardos nog steil rechtop deed staan, verdween volledig uit de Babbelbeekse Beemden. Deze exoot leeft in symbiose met een cyanobacterie nl. Anabeana azollae. Mogelijk fnuikte de langdurige nawinter de ideale levensomstandigheden voor deze bacterie. Dat een groot deel van de grachten langere tijd droog stond, zal voor de plant ook wel geen goed gedaan hebben. Al die positieve signalen stimuleren me om dan toch maar eindelijk aan de slag te gaan.
In het maaiveld aan de ingang wisselen mooie, bloemrijke stukken af met stroken dun, nat gras dat tussen de messen door schuift.  Om volgend jaar het verschil tussen gemaaid en niet gemaaid te kunnen observeren, laat ik een blok met o.a. Engelwortel en Gewone wederik ongemoeid. Dat stukje luiaardij geeft deze klus vlot een wetenschappelijk tintje. Ik voel me dan ook meteen gepromoveerd van simpele boskabouter naar terreinbeheerder. Tussen de aanpalende rijen Canadapopulieren maai ik parallel met de straat. Dat werkt makkelijker dan een integrale maaibeurt en de resterende rijtjes vegetatie tussen de bomen (met nogal wat exemplaren Brede wespenorchis) staan mee garant voor verdere verspreiding van de soorten.  De terreinbeheerder dringt de boskabouter nog verder in de verdomhoek. Mens, dat voelt goed!
Rond halftwaalf belt Hedwig me op. De gemeentelijke bibliotheek vroeg of zij deze namiddag kan komen voorlezen en knutselen in plaats van de voorlezer/knutselaar van dienst en of ik dus niet te laat wil komen eten. Dat komt mooi uit want de bomen zijn bijna op. Ik bedoel dat ik zo ongeveer klaar ben met deze tweede strook. 
Wanneer ik luttele minuten later de maaibalk in de gebruikelijke stukken en brokken terug op de aanhangwagen zeul, merk ik dat één van de klemmen die het bovenmes op zijn plaats houden ontbreekt.  Een Engels woord, dat in onze contreien op gevoelsmatige wijze naar fecaliën verwijst, ontploft in mijn hoofd.  Dit betekent vanmiddag heel het gemaaide stuk lang stap na stap alle hoopjes maaisel verleggen in de hoop dat ik het kreng terug vind. De boskabouter is terug de baas.

Zaterdag 4 oktober.

We starten met bosmaaiers om de grachtranden een beurt te geven en nadien de ganse dag keren en afvoeren. Johan heeft zijn motoculteur met aanhangwagen bij en Roger een kruiwagen.  Afvoeren is dus bijna kinderspel en we krijgen heel zone 5 "proper". Ingrid komt in de loop van de namiddag aangewandeld met een vouwstoeltje. Zij maakt nog altijd reclame voor "braces" rond polsen en ellebogen. Daarom moet zij ook dit keer op de bank blijven zitten en zich beperken tot wat passief supporteren van op de zijlijn.  Sneu voor haar.

Zondag 5 oktober.
Het weer zit niet echt mee. De oude Arkelloop is 's morgens al over driekwart van de lengte terug gevuld en het waterpeil stijgt in de loop van de dag vlugger dan onze kleren doorweekt raken.  Door nog net iets steviger uit onze pijp  te komen dan anders is het laatste hoopje maaisel op het wandelpad om halfdrie afgevoerd en kunnen we de boel afronden met een fris biertje.

 

Zaterdag 11 oktober.
De eik vlak voor de ingang groeit steeds verder uit tot een bekoorlijke en stevige peuter, waardoor de toegang voor maaibalk, motoculteur of tractor al maar nauwer wordt. We verwijderen daarom de eerste knotwilg rechts voorbij de ingang en verplaatsen de bank 1 poot om de ingang terug "breder" te maken. 
Waar zones 2, 4 en 5 mekaar raken lagen een achttal omgevallen populieren.  Al een behoorlijk poosje, want een deel van de takken schoot terug uit tot rommelige bomenrijtjes.  Economisch totaal waardeloos, maar het oogt wel mooi.  Enfin, tot we met bosmaaier of maaibalk nog maar eens vastlopen in een van de ouderbomen. Om het toekomstig beheer van het hooiland te vergemakkelijken, verwerken we de hele mikmak tot brandhout of alleszins verplaatsbare brokjes. Het aantal helpers blijft heel beperkt, tegen de middag moet Johan zijn moeder naar het ziekenhuis rijden. Toen waren we nog met twee.

Vaststellingen voor 2009
De maaibeurt van juli veroorzaakt slechts een verjonging van Riet- en Liesgras.  Enkel voor de delen van de centrale vlakte die we in oktober maaien, kunnen we over een succesvol omvormingsbeheer spreken. Daarom willen we heel het maaibeheer van "de Babbelbeekse Beemden" naar oktober verplaatsen. 
Om de niet-actieve bevolking bezig te houden, krijgen de week/weken voor het beheerweekend de zones 1, 2, 4, 5, 6, 7, 9 (voor zover noodzakelijk), 10 (voor zover noodzakelijk) en 11 een beurt met de maaibalk. Daarbij bewaren we een veilige afstand tot alle grachten en ontzien we maximaal opvallend bloemrijke delen. Tijdens het beheerweekend kortwieken we de grachtranden met bosmaaiers en voeren alle hooi naar de gebruikelijke hooioppers. Eventueel kan de maaibalk zijn werk dan verder afmaken. Wat na het beheerweekend blijft liggen, wordt dan in de week nadien "verwerkt".

 

Top
Beheerwerken in 2007 in "de Babbelbeekse Beemden"
 

10 en 11 februari 2007
Ook dit jaar knotten we 28 jonge elzen, een derde van de rij op de noordoostgrens.  Op die manier proberen we een natuurlijke doorkijkwand naar het naastliggende terrein te creëren.  Achteraan ondergaan 2 wilgen eenzelfde operatie ten gunste van ondergroeiende eiken.  Ten slotte verzaagden we 10 omgewaaide populieren (stormschade) tot brandhoutgrootte.  Takken verzamelden we in een houtmijt.

Het Groot kroosvaren in de oude Arkelloop is sterk gereduceerd en in wintertooi (rode bovenzijde).  We nemen ons voor om een van de dagen of weken eens langs wandelen met zeef en lieslaarzen.

Dringende oproep d.d. 14 juni 2007
Beste,
De oude Arkelloop in de Babbelbeekse Beemden is grotendeels uitgedroogd en het kroosvaren ligt in het slijk.  Spijtig genoeg is een deel wel onder de houten dam doorgeraakt.  Om toestanden zoals in 'de Oude Spoorwegberm' te voorkomen, willen wij daar morgen, vrijdag, vanaf 18:30 wat aan doen.  Naast een extra zeefoefening om de drijvende plantjes uit het water te halen, willen we de drab mét kroosvaren uitscheppen en op de maaiselhoop kieperen.  Het belooft dus een smerig, vies en afpeigerend werkje te worden.  Ingrid en ik kunnen dit werkje echt niet alleen tot een goed einde brengen.  Daarom durven we te elfder ure toch nog even stilletjes bij jou aankloppen met de vraag of je morgenavond echt niet een beetje behoefte hebt aan een ietsepietsie smerig, vies en afpeigerend werk.
Voor diegenen die net als ik niet zo handig zijn in het versleuren van overvolle kruiwagens, valt er ook nog het wandelpad te keren.  Dat is een iets bezadigder taak die evenveel rust en zuurstof geeft na een week hard werken voor je baas.   Toegegeven, maaisel bijeenkeren is ook iets minder smerig, vies en afpei...
Voor wie het moest vergeten zijn en voor wie het nog niets wist: de Babbelbeekse Beemden liggen in het deel van de Bremstraat in Lier dat in het verlengde van de Uitbreidingsstraat aan de Beuntwijk in Duffel ligt.

15 juni 2007
Donderdagavond trok een langdurig onweer over de streek.  De oude Arkelloop was vrijdag dan ook tot tepelhoog gevuld.  Het Groot kroosvaren lag daardoor verspreid tot aan de zijarm. In  plaats van de sloot uit te baggeren hebben Roger en Luc dus met de zeefjes zoveel mogelijk kroosvaren geschept.  In de toekomst zullen we nog verscheidene keren de boel moeten afscheppen om te voorkomen dat de ganse loop dichtgroeit en het onderliggende leven verstikt.
Guido VdV werkte ondertussen verder aan het versleuren van de afgezaagde takken van de grote Grauwe wilg naar de takkenbak.  Die bleek uiteindelijk niet groot genoeg, zodat Guido ook naast de bak hout moest deponeren. 

21 en 22 juli 2007
Maaibeheer! 
We begonnen met de plek Grote brandnetel voor de toegangspoort en tussen de bomen langsheen de Arkelloop, waarbij we vooral beoogden om komaf te maken met de plaatselijke overdosis aan Reuzenbalsemien.  Dat werkje trokken we meteen door tussen de knotelzenrij.  Wat ons dan weer op de idee bracht om de afvoergracht aan die kant (eindelijk) eens te schonen en daarbij de verbinding met de centrale gracht te herstellen.  De noordoostelijke helft van het lager gelegen centrale grasland kreeg als hoofdbrok voor dit weekend uiteraard ook een beurt, waarbij we het groeiend aantal plekken met bloemige kruiden zoveel mogelijk vermeden.  Ten slotte maakten we ook langsheen en tussen de bomenrij "achteraan" over een tiental meter schoonschip met ruigtekruiden en de grotere stukken hout die daar nog lagen sinds de beheerwerken van februari. 
Ons maaibeheer werpt zichtbaar vruchten af.  Slechts een kleine punt van maaiveld 7 staat nog vol Riet- en Liesgras.  Het deel tussen de eerste bomenzone en de grote hooiopper in het noordoosten is erg bloemrijk.  In datzelfde maaiveld staat centraal ten noordwesten van de centrale gracht een grote plek Grote kattenstaart + andere waterminnende kruiden.  We lieten deze plekken uiteraard "met rust".  In de open bosstrook "achteraan" vonden we nog enkel langsheen bomenrij aan de perceelsgrens een strook van ± 10 m breedte met Grote brandnetel.  Het overige stuk (dat we vorig jaar in oktober maaiden) stond vol Moerasspirea, Gele lis, grote kattenstaart, watermunt, Waterpeper, …
De regenbuien van vrijdag, 20 juli, maakten dat het te maaien terrein 15 cm onder water stond.  Door de noordoostelijke afvoergracht te schonen en de verbinding met de centrale gracht én met de zachte overloop op de grens met het tweede bomenzone te herstellen, verlaagden we het waterpeil tot +5 cm.  Toch lieten de maaibalkjes van Vic Michiels en en van Natuurpunt Wielewaal langere stengels staan dan normaal. 
De oude Arkelloop én de centrale gracht dreven vol Groot kroosvaren.  Johan Asselberghs gaf zich op als vrijwilliger om het spul van deze waterpartij af te scheppen.  Onze nieuwe medewerker Wouter Van de Velde zou hem daarbij helpen.  Om onduidelijke reden(en) bleef dit werkje uiteindelijk in 't dak steken.  De kans dat quasi alle andere waterplanten en –dieren wel eens onder deze expansieve exoot zouden kunnen verstikken en afsterven wordt hierdoor weer een beetje minder denkbeeldig.

30 september 2007
Liesbet Cleynhens vroeg om de borden in het reservaat eens inhoudelijk én materieel te evalueren.  Dit leidde tot een nieuw infobord en een nieuw "Geniet"-bordje aan de ingangspoort en het verwijderen van de storende aanwezigheid van "Ssst … niet storen" en "Gevoelig plekje".

6 en 7 oktober 2007
Maaibeheer deel 2. 
Het stuk tussen Arkelloop en de centrale grasvlakte en het zuidwestelijke deel van die vlakte zijn dit keer aan de beurt.  Vrijdag had Luc dat eerste stuk reeds geklepeld.  Daardoor werd vooral het bijeenharken een stuk moeilijker.  Tussen de Canadapopulieren in werkten we parallel met de straat en lieten we  de planten tussen de bomen grotendeels staan.  Deze werkwijze is makkelijker dan een integrale maaibeurt en de resterende rijtjes vegetatie  -met nogal wat exemplaren Brede wespenorchis-  staan mee garant voor verdere verspreiding.  Door de regen van de voorbije week was het terrein opvallend nat.  We maaiden de centrale zone dan ook met bosmaaiers.  Zwaardere machines zonken te dikwijls te diep weg.  De open bosstrook "achteraan" kreeg een tweede beurt om het opschieten van brandnetel en braam verder in te tomen.  Dit keer maaiden we ook heel deze zone tot aan de beek.  Dat leverde o.a. de ontdekking van een kamerbreed tapijt op. 
De oude Arkelloop én de centrale gracht drijven vol Groot kroosvaren.  Veertien dagen geleden was de hoeveelheid Azolla filiculoides (enkel) in de oude Arkelloop nochtans quasi gehalveerd.  Nu was het dus terug "vollen bak".  Die plant is dus echt niet in te schatten, laat staan te voorspellen.  Gelukkig staat in het smalle noordoost-zuidwestgeultje dan weer heel veel waterviolier.

 

Top
 
11 februari 2006: knotdag in de Babbelbeekse Beemden
 

Tot hun grote spijt moesten verscheidene helpers om diverse redenen forfait geven: Luc, Ben, Jan, Roger en Ludwig. Dirk slaagde er, goed voorzien van griepmicroben, toch in om tegen 13 u het bestelde werkmateriaal ter plaatse te brengen. Vermits Carl en ik er ’s morgens alleen voorstonden, zouden we ons behelpen met de boogzaag, takkenschaar en kettingzaag die Luc mij bezorgd had. O ja? Zonder extra benzine en zonder sleutel is een lege en niet-opgespannen kettingzaag héél weinig waard! Maar ondertussen kennen we dan toch al de hele anatomie van onze kettingzaag! Zo rustiek bezig met een zacht schurende boogzaag en een stille takkenschaar, konden we volop genieten van de vogelgeluiden rondom ons. Grootste lawaaimakers waren de 2 roffelende Grote bonte spechten. Wintertalingen, groepen Sijsjes en Staartmezen lieten zich rustig bewonderen.
Na de middag kwam Goemmer een tandje bijsteken. Eerst zorgde hij voor de kettingzaag van Carl en dan bracht hij op zijn eigen prima zaag de “vlijmscherp geslepen” ketting aan. Die zou door te dikste takken snijden als door boter. O ja ? Dat ding verroerde géén tand! Na een hoogt verraste blik, lachte Goemmer uiterst geamuseerd : de ketting zat achterstevoren op het zaagblad! Kan de beste overkomen hé. Even later bulderden de 2 kettingzagen er op los en in een mum van tijd was het knotten van de 30 elzen geklaard.
En zo waren we opgewarmd voor het “gevaarlijke werk” Uit één van de dikke oude wilgen langs de straatkant moest een half afgebroken tak verwijderd worden. Carl mocht het touw strak houden waaraan een stevig vastgemaakte Goemmer hing om, gezeten op grote hoogte in de kruin van de wilg, een tak af te zagen. Met een oorverdovend gekraak van knappend hout en een hoog opspuiten van beekwater, stortte de boomgrote tak de Arkelloop in. Dan gingen we een lang geleden ooit geknotte wilg te lijf. Goemmer zag dat volledig zitten en wij vertrouwden hem, wetend dat hij alle kneepjes van het knotten kent. Een 6-tal enorme takken belandden naast en tussen onze Babbelbeekse sneeuwklokjes of dwars over de rijweg. Ze werden ter plekke verzaagd tot brandhout en al deels gestapeld. De rest zou voor een volgende zonnige dag zijn! Na een laatste aanval op Carl’s schotel koffiekoeken en een jenevertje brachten we ons materiaal naar Luc Giglot, die dankzij onze vrolijke verhalen toch nog ietwat kon meegenieten van de sfeer van de voorbije werkdag.

 

Top
 
Eind 2005: beheersresultaten in de Babbelbeekse Beemden
 

Hier en daar was er toch weer veel parelvederkruid aan het groeien in de grote sloot, het blijft een aandachtspunt maar de plaag is onder controle! Het manueel verwijderen blijkt vrij effectief te zijn, het zijn geen grote massa’s meer. Volhouden is de boodschap. Gelukkig is de waterviolier en het sterrenkroos ook heel dominant aanwezig waardoor het deze winter niet echt vrijspel zal krijgen.

Bij de pas gemaaide stukken kan je het volgende bemerken: Het pijptorkruid reageert heel positief waar het al stond en de enkele vlekken van dit jaar zijn nu al duidelijk aan het uitbreiden. Op de andere plaatsen zie je openingen maar blijft het lies- en rietgras toch nog zeer dominant, maar er komt duidelijk beterschap.

Bij het geplagd stukje staat opvallend veel blaartrekkende boterbloem en sterrenkroos, maar ook een waterranonkelsoort en dat is nieuw voor de Babbelbeekse Beemden. Mogelijk kan deze soort aantonen dat er ooit een grote poel moet gelegen hebben met wellicht waterranonkel als dominerende soort.

Er is echter nog goed nieuws: dankzij dit plagstukje kwamen we te weten dat als we de maaiwerken volhouden er nog heel wat potentieel in de grond zit. Het geplagd stukje heeft op de vermoedelijke waterranonkel na natuurlijk, niet zo veel opgeleverd tot op heden (kan natuurlijk nog), maar dat er nog een zaadbank zit onder de verstikkende riet- en liesgraslaag is nu wel zeker. Ongeveer 0,5 tot 1cm onder het huidige maaiveld zit een kiemkrachtige zaadbank van de soorten die gewenst zijn. Op de scheiding van het geplagd stuk en het huidige maaiveld, schiet overal pijptorkruid en egelsboterbloem uit en enkel en alleen daar. Deze 2 soorten tonen aan dat er potenties zijn voor dottergrasland.

Dit geplagd stukje is een leuk experiment geweest, want we kunnen nu onze beheersmaatregelen hierop afstemmen en die bestaan erin gewoon blijven verder doen met wat we bezig zijn en ter experiment kunnen we hier en daar zeer kleinschalig tussen de 0,5 en maximum 1 cm laag weghalen.

Johan

 

Top
 
Juli 2005
 

Er werd vanaf 21-07 tot en met vrijdag 31-07 gemaaid en afgevoerd. Er kwamen veel mensen opdagen om te helpen.  We bedanken hierbij vooral Ingrid, Jan, Johan, Dirk, Ludwig en vrouw, Roger, Luc, Ben, Sonja, Nadine en ook de andersvaliden die met hun 3 begeleiders kwamen werken op 28 juli. (de warmste dag van de week).

Warm of niet warm, onweer of geen onweer, er werd hard gewerkt, en gelukkig ook gelachen.
De resultaten mochten gezien worden: naast een erg groot stuk dat nu gemaaid en afgevoerd kon worden hebben we een greppel terug dieper uitgegraven.

Vóór

Kleine watersalamanders zaten de volgende dag al in de greppel met een bodempje water. 2 onweders, twee dagen en 20 centiliter water later zat de greppel al boordevol water. De Arkelloop overstroomde al, recht het gebied in. Van een overstromings-gebied gesproken!

Na

De afgegraven grond werd opzij van de wandelweg gelegd om deze wat te verhogen. In de winter immers veranderd de wandelweg in een waterloopje omdat deze - door steeds meer te gebruiken - nu al wat lager ligt dan delen van het gebied. Ooit zullen we hier een heus knuppelpad moeten aanleggen om in de winter de rondweg te kunnen volgen zonder natte voeten te krijgen. Kleine watersalamanders hadden ondertussen de weg naar de greppel al gevonden. Tijdens de maaiwerken werden we soms overrompeld door de kleine padden en kikkers. We konden dus duidelijk vaststellen dat het gebiedje ook beheerd wordt als amfibieën-voortplantings-plaats . Af en toe waren ook alpenwatersalamanders zien. Mooi om te zien is tevens dat de zeggevegetatie op sommige plaatsen het rietgras en het liesgras eindelijk heeft verdrongen. ’s Avonds konden we altijd verder werken en genieten van de aanwezige vleermuizen (ruige dwergvleermuis) en de steenuilen die hun kroost moesten grootbrengen. Ook de Dales en de Maeskes ontbraken nooit.

Verder werd er nog een bescheiden proefvlak van een vijftal vierkante meters geplagd. Een eerste probeersel na 4 jaar doorgedreven verschraling moest kunnen, vonden we. Hopelijk zorgvuldig genoeg geplagd en dus niet te diep. Vooral rottend plantenmateriaal werd van een klein zeer vochtig stukje verwijderd. De gevolgen van eenzelfde bescheiden ingreep 8 jaar geleden, op een andere plaats, kan men nog duidelijk merken. Het was niet bekend hoe men hier te werk was gegaan. Op die plaats is echter vooral de kattenstaart dominant aanwezig. We kijken uit naar volgend voorjaar om onze resultaten te bekijken en op te volgen.

In het populierenbos waar we dit jaar wilden maaien hadden we echter al een onverwacht positief resultaat. De brede wespenorchis heeft dit jaar immers al de kans gekregen om te bloeien. Door de belangrijke aanwezigheid van de Orchis, werd de voorziene maaibeurt van augustus naar volgend jaar verplaatst. Dit om de bloem de kans te geven om zaad te vormen en zich te verspreiden.

Carl

Carl Tiebos ontdekte deze prachtige tijgerspin vlak bij de ingang van de Babbelbeekse beemden. Deze zuidelijke spinnensoort breidt zich meer en meer uit naar het noorden. Ook dit is weer een aanwijzing dat de aarde langzaam opwarmt. Maar hiermee zijn wij toch weer een natuurpareltje rijker!

 

Top