De Mosterdpot - Waarnemingen
 

Waarnemingen in onze natuurgebieden mag je altijd doorgeven aan onze conservator:

 
 
Zwarte specht in de Mosterdpot
 

Tijdens de beheerswerken in "De Mosterdpot" dachten wij eerst kauwen te zien. Bij nader toezicht bleken het om twee ZWARTE SPECHTEN te gaan die zich van boom tot boom verplaatsten. De ene was overduidelijk een mannetje, gezien zijn felrode kop.
Koppeltje, broedgeval ???????
Wie weet, wordt opgevolgd…
Vic

 

Top
 
2005: Mosterdpotnieuwtjes
 

De voorbije maanden is er weer heel wat gebeurd in ons natuurgebied de Mosterdpot.

Zo is er op 21 september een kalfje geboren op het perceel van het retentiebekken aan de Goorbosbeek. Vermits het fietspad aan de Netedijk een mooi uitzicht geeft over het retentiebekken, waren er aardig wat voorbijgangers die dit vanop de eerste rij konden meemaken.
De Limousinkoeien die daar grazen, zijn dieren die veel robuuster zijn als de ‘gewone’ koeien: ze zijn meer geschikt voor nattere terreinen (zoals veel van onze natuurgebieden), kunnen ook beter koude verdragen en natuurlijk bevallen is voor hen een normale zaak. De voorbijgangers hoefden zich dus zeker geen zorgen te maken. Het was wel fijn voor onze conservators om zoveel positieve reacties te krijgen…

Daarnaast zijn er aan de monding van de Goorbosbeek enkele zeldzame plantjes gevonden. Dat er al spindotterbloem (Caltha palustris var araneosa) staat weten we al langer. Bij beheerswerken in het retentiebekken, ontdekte Vic een plantje dat Johan herkende als de relatief zeldzame blauwe water-ereprijs (Veronica anagallis-aquatica). De plant heeft zich gevestigd in de instroomopening (nabij het houtenschot). Deze plantjes werden dan ook niet afgemaaid.
De tweede ontdekking was zowaar nog veel leuker. Aan de overkant van de Goorbosbeek staat veel grote waterweegbree, reuzenbalsemien, kattenstaart, zelfs moerasandoorn en meer van die relatief algemene maar mooi bloeiende dingen.

Kattenstaart Reuzenbalsemien

Toch stond er tot Johans grote verbazing ook pijlkruid (Sagittaria sagittifolia) en nog geen klein beetje ook. Dit is een zeer mooie waarneming in een soort van matig voedselrijke en beschutte traag stromende wateren. Het pijlkruid kan niet zo goed tegen verontreiniging (is dit een teken dat de kwaliteit verbeterd?) en zeker niet tegen machinaal en grootschalig ruimen van de beek, daarom is de plant in onze streken bijna verdwenen, terwijl hij vroeger heel algemeen moet geweest zijn in laaglandbeken en rivieren.


Het kan ook zijn dat we het pijlkruid nooit opgemerkt hebben. In het voorjaar gedraagt de plant zich als een onderwaterplant (ondergedoken lijnvormige bladeren) en is dan heel onopvallend.

Tenslotte was het Mosterdpotje weer een rustpunt tijdens de Mars forten en schansen op 24 september. De honderden wandelaars konden aangenaam verpozen bij een hapje en een drankje in een prachtig stukje natuur. Ook veel mensen uit de buurt profiteerden ervan om eens een kijkje te komen nemen.

Het is duidelijk voelbaar dat de buurt zich betrokken voelt bij wat er gebeurt in en rond de Mosterdpot.


Vic, Lutgarde en co hebben met hun onovertroffen inzet weer prachtig werk geleverd!

Top
 
Verslag van de nachtwaarneming op 29/08/2008 van nachtvlinders te Duffel, bij het Mosterdpotje i.s.m. Natuurpunt tijdens de Europese nacht van de vleermuis

Indeling
Werkwijze
Weersomstandigheden
Waargenomen soorten
Besluit
Literatuur & contacten/vereniging

Werkwijze
Om nachtvlinders aan te trekken worden lampen en lakens gebruikt. Een vertikaal laken met een lamp op 1.5 m hoogte en eronder een horizontaal laken met een lamp op de grond. De bedoeling is dat de vlinders vlug kunnen gaan zitten. Zo kunnen wij ze dan proberen te determineren.

Weersomstandigheden
Na een week van donkere dagen zonder regen en een graad of 20° C., open hemel vanaf 18.00 uur. De temperatuur bleef tussen 16° C en 14° C. en er werd waargenomen van 21.20 u tot 23.15 u.
De omstandigheden waren over het algemeen goed.

Familie DREPANIDAE, EENSTAARTJES

Thyatira batis (Linnaeus, 1758), braamvlinder

braamvlinder:

Een erg gewone soort.
De rupsen leven op braam en framboos.
De vlinders vliegen van eind april tot in september in twee generaties.

Watsonalla binaris (Hufnagel, 1767), gele eenstaart

gele eenstaart:

Een gewone soort.
De rupsen leven vooral op eik.
De vlinders vliegen van eind april tot begin september in twee, soms drie generaties.

Familie GEOMETRIDAE, SPANNERS

Opisthograptis luteolata (Linnaeus, 1758), hagedoornvlinder

hagedoornvlinder:

Een zeer gewone soort.
De rupsen leven op bomen en struiken.
De vlinders vliegen in twee, soms drie generaties van half april tot eind september

Peribatodes rhomboidaria ([Denis & Schiffermüller], 1775), taxusspikkelspanner

taxusspikkelspanner:

Een heel gewone soort.
De rupsen leven op bomen en planten.
De vlinders vliegen van eind mei tot half september, meestal in één generatie.

Cabera exanthemata (Scopoli, 1763), bruine grijsbandspanner

bruine grijsbandspanner:

Een gewone soort.
De rupsen leven op struiken en bomen met een voorkeur voor wilg en populier.
De vlinders vliegen van eind april tot half september in twee generaties.

Campaea margaritata (Linnaeus, 1758), appeltak

appeltak:

Een heel gewone soort.
De rupsen leven op diverse loofbomen.
De vlinders vliegen begin mei tot eind september in twee generaties.

Xanthorhoe spadicearia ([Denis & Schiffermüller], 1775), bruine vierbandspanner

bruine vierbandspanner:

Een heel gewone soort.
De rupsen leven op kruidachtige planten.
De vlinders vliegen van half april tot half oktober in twee soms drie generaties.

Xanthorhoe ferrugata (Clerck, 1759),  vierbandspanner

vierbandspanner:

Een gewone soort.
De rupsen leven op kruidachtige planten.
De vlinders vliegen van half april tot begin september in twee, soms drie generaties.

Ecliptopera silaceata ([Denis & Schiffermüller], 1775), marmerspanner

marmerspanner:

Een gewone soort.
De rupsen leven op verschillende planten.
De vlinders vliegen van half april tot eind augustus.in twee generaties.

Dysstroma truncata (Hufnagel, 1767), schimmelspanner

schimmelspanner:

Een zeer gewone soort.
De rupsen leven op struiken en planten.
De vlinders vliegen van begin mei tot oktober in twee generaties.

Colostygia pectinataria (Knoch, 1781), kleine groenbandspanner

kleine groenbandspanner:

Een gewone soort.
De rupsen leven op walstro, soms ook op bosbes.
De vlinders vliegen van eind april tot eind september in twee generaties.

Eupithecia centaureata ([Denis & Schiffermüller], 1775), zwartvlekdwergspanner

zwartvlekdwergspanner:

Een vrij gewone soort.
De rupsen leven op diverse kruidachtige planten.
De vlinders vliegen van half april tot begin september in twee, soms drie generaties.


Eupithecia icterata (De Villers, 1789), oranje dwergspanner

oranje dwergspanner :

Een zeldzame soort, plaatselijk gewoon!
De rupsen leven vooral op duizendblad, maar ook op tal van andere kruidachtige planten.
De vlinders vliegen van half mei tot begin oktober in één generatie.

Euchoeca nebulata (Scopoli, 1763), leverkleurige spanner

leverkleurige spanner :

Een vrij gewone soort.
De rupsen leven op els en berk.
De vlinders vliegen van eind april to half september in twee generaties.

Familie NOTODONTIDAE, TANDVLINDERS

Pheosia gnoma (Fabricius, 1776), berkenbrandvlerkspanner

Berkenbrandvlerkspanner :

Een vrij gewone soort. De rupsen leven op berk.
De vlinders vliegen van half april tot in september in twee generaties.

Familie NOCTUIDAE, UILEN

Schrankia costaestrigalis (Stephens, 1834), gepijlde micro-uil

gepijlde micro-uil :

Een vrij gewone soort.
De rupsen leven op kruidachtige planten.
De vlinders vliegen van mei tot oktober in twee generaties.

 


Hypena proboscidalis (Linnaeus, 1758), bruine snuituil

bruine snuituil :

Een zeer gewone soort.
De rupsen leven op brandnetel.
De vlinders vliegen van begin mei tot half oktober in twee generaties.

Chrysodeixis chalcites (Esper, 1789), turkse uil

turkse uil :

Vroeger heel zeldzame trekvlinder, nu ingeburgerd en in wisselende aantallen per jaar.
De rupsen leven op diverse kruidachtige planten.
De vlinders vliegen van juni tot november in doorlopende generaties.

Autographa gamma (Linnaeus, 1758), gamma-uil

gamma-uil :

Een zeer gewone trekvlinder, ook dikwijls overdag waar te nemen.
De rupsen leven op allerlei kruidachtige planten.
De vlinders vliegen van april tot oktober in meerdere generaties.

Abrostola tripartita (Hufnagel, 1767), brandnetelkapje

brandnetelkapje :

Een vrij gewone soort.
De rupsen leven op brandnetel.
De vlinders vliegen van half april tot half september in twee generaties.

Amphipyra berbera Rungs, 1949, schijn-piramidevlinder

schijn-piramidevlinder :

Een redelijk zeldzame soort, die de laatste jaren in opkomst blijkt te zijn.
De rupsen leven op allerlei loofbomen en struiken.
De vlinders vliegen van half juli tot eind september in één generatie.

Paradrina clavipalpis (Scopoli, 1763), huisuil

huisuil :

Een gewone soort.
De rupsen leven op grassen en weegbree.
De vlinders vliegen half april tot half oktober in minstens twee generaties.

 

Hoplodrina octogenaria ([Denis & Schiffermüller], 1775), gewone stofuil

gewone stofuil :

Een gewone soort.
De rupsen leven op diverse kruidachtige planten.
De vlinders vliegen van eind mei tot half augustus in één generatie.

Hoplodrina ambigua ([Denis & Schiffermüller], 1775), zuidelijke stofuil

zuidelijke stofuil :

Een gewone soort.
De rupsen leven op diverse kruidachtige planten.
De vlinders vliegen van begin mei tot half oktober in twee generaties.

Mesoligia furuncula ([Denis & Schiffermüller], 1775), zandhalmuiltje

zandhalmuiltje :

Een erg gewone en zeer variabele soort.
De rupsen leven op diverse grassen.
De vlinders vliegen van eind juni tot half september in één generatie.

 


Mesapamea didyma (Esper, 1788), weidehalmuiltje

weidehalmuiltje :

Een vrij gewone soort.
De rupsen leven op diverse grassen.
De vlinders vliegen van half juni tot half september in één generatie.

 

Ochropleura plecta (Linnaeus, 1761), haarbos

haarbos :

Een zeer gewone soort.
De rupsen leven op allerlei kruidachtoge planten.
De vlinders vliegen van begin april tot begin oktober in twee, soms drie generaties.

 

Diarsia rubi (Vieweg, 1790), gewone breedvleugeluil

gewone breedvleugeluil :

Een gewone soort.
De rupsen leven op diverse kruidachtige planten.
De vlinders vliegen van begin mei tot eind september in twee generaties.

 

 

Noctua pronuba (Linnaeus, 1758), huismoeder

huismoeder :

Een zeer gewone soort.
De rupsen leven op allerlei kruidachtige planten en grassen.
De vlinders vliegen van eind mei tot begin oktober in één langgerekte generatie.

 

Noctua janthe (Borkhausen, 1792), open-breedbandhuismoeder

open-breedbandhuismoeder :

Een vrij gewone soort.
De rupsen leven op diverse kruidachtige planten, bomen en struiken.
De vlinders vliegen van eind juni tot eind september in één generatie.

 

Xestia c-nigrum (Linnaeus, 1758), zwarte-c-uil

zwarte-c-uil :

Een zeer gewone soort.
De rupsen leven op diverse kruidachtige planten.
De vlinders vliegen van half april tot eind november in twee of drie generaties.

 

Xestia xanthographa ([Denis & Schiffermüller], 1775), vierkantvlekuil

vierkantvlekuil :

Een vrij gewone soort.
De rupsen leven op diverse kruidachtige planten en grassen.
De vlinders vliegen van eind juli tot begin oktober.

 

N.B. de foto’s zijn niet van de dieren uit Duffel, wel van onze site geplukt.

 

Naast deze “grote” nachtvlinders zijn er nog een tiental “micro”s opgemerkt.
Het lijstje met deze namen zal later, omwille van het moeilijk determineren, opgestuurd worden. Ook zijn er geen Nederlandse namen voorzien.
Een enkele soort was gemakkelijk:

Evergestis pallidata (Hufnagel, 1767)

Evergestis pallidata (Hufnagel, 1767)

Een gewone soort.
De rupsen leven van kruisbloemigen.
De vlinders vliegen van half juni tot half september


Besluit

Het was voor de tijd van het jaar een gunstige nacht met een redelijk goed aantal vlinders.
Normaal kunnen we een aantal uurtjes verder verzamelen en stijgt het aantal met nog ongeveer een derde.
Het gebied biedt zeker veel meer mogelijkheden gezien de diverse biotopen in de buurt: gemengde bossen, natte gebieden met riet en andere natte weilanden, enz.

Literatuur en contacten/vereniging

Het beste boek, zowel voor beginners als voor gevorderden is op dit moment:

“Nachtvlinders, veldgids met alle in Nederland en België voorkomende nachtvlinders”
door Paul Waring en Martin Townsend met illustraties van Richard Lewington

Vertaald en bewerkt door De Vlinderstichting in samenwerking met de Werkgroep Vlinderfaunistiek en de Vlaamse Vereniging voor Entomologie

Uitgeverij: TIRION NATUUR
ISBN 10 90-5210-625-8
ISBN 13 978-90-5210-625-0

Ook de site van onze vereniging is een bezoekje waard: www.phegea.org

Steeds tot verdere inlichtingen bereid:
De Prins Guido
Markiezenhof 32
2170 Merksem
guido.deprins@telenet.be