|
Historiek
In 1985 sloot de gemeente Kontich een beheerovereenkomst af met de toenmalige Belgische Natuur- en Vogelreservaten (BNVR), nu Natuurpunt v.z.w., om de bedding van de vroegere spoorlijn Wilrijk-Mechelen tussen Mechelsesteenweg en de grens met Duffel als natuurgebied in te richten en te beheren. Deze overeenkomst was het sluitstuk van het project "Natuur in de Buurt" van de Koning Boudewijnstichting.
Sindsdien legden het beheerteam en de conservators een lange weg af om dit natuurgebied de erkenning te geven die het verdient. Vrijwilligers binnen en buiten de gemeente droegen hier al die jaren hun steentje bij.
Het beheerteam van "de Oude Spoorwegberm" groeide mettertijd ook uit haar kinderschoenen. In 1998 hielden we bijvoorbeeld de afdeling "Duffel-Kontich-Edegem" boven het doopvont en keken we over de gemeentegrenzen heen om het natuurgebied uit te breiden. Met de gemeente Rumst, en een jaar later met Duffel, sloten we een beheerovereenkomst af, waardoor het natuurbeheer onder de verantwoordelijkheid kwam te liggen van de nieuwe afdeling. Vandaag strekt het natuurgebied van "de Oude Spoorwegberm" zich uit over 3 gemeenten (Kontich-Duffel-Rumst-Duffel) en is ze met een oppervlakte van 15 ha en een lengte van ruim 4,5 km wellicht het langwerpigste natuurgebied in Vlaanderen.
Op 13 januari 2009, na meer dan een decennium administratieve rompslomp, berichtte het Staatsblad dat "de Oude Spoorwegberm" werd erkend als natuurreservaat.
Algemene informatie over "de Oude Spoorwegberm"
"de Oude Spoorwegberm" ligt vrijwel horizontaal en doorsnijdt als het ware de natuurlijke golvingen in het landschap van noord naar zuid. Het natuurgebied heeft een lengte van 4,580 km en een totale oppervlakte van 15, 2889 ha. Het grootste deel van haar lengte ligt ofwel hoger ofwel lager dan de onmiddellijke omgeving. Het grootste niveauverschil bedraagt daarbij ongeveer 4 meter.
Waar de oude bedding lager ligt dan de aanpalende gronden, is de bodem vooral in de winter erg vochtig. Ongetwijfeld kon het overtollige water vroeger vlot afvloeien via de beken die de bedding kruisen (Babbelkroonbeek, Hessepoelbeek, Scheidingsbeek). Het opvullen van bepaalde delen en de algemene verwaarlozing tussen 1970 en 1985 verstoorde de afwatering echter grondig. Hierdoor ontstonden moerassen, waar het waterpeil 's winters meer dan 1 meter kan bedragen. De kwaliteit van het aanwezige water was en is grotendeels goed te noemen, al lozen enkele gezinnen er bij gebrek aan riolering nog steeds hun huishoudelijk afvalwater in. Dit afvalwater wordt gelukkig op vrij korte afstand van de vervuilingsbron door zelfzuivering weggewerkt.
Verlaging van het grondwaterpeil door externe factoren: illegale storten, de toenemende druk van aanpalende woongebieden in de vorm van overrecreatie, insijpelen van mest en een chronisch gebrek aan mankracht, zijn factoren die het verruigen van sommige gebieden sterk in de hand werken. Een overdaad aan nitrofiele planten als grote brandnetel en braam tonen dit duidelijk aan.
Door de hoogteverschillen met de omgeving bestaat het natuurgebied uit een aaneenschakeling van verschillende milieus, gaande van zeer droog tot zeer vochtig, beschaduwd of in volle zon, gestoord (b.v. door onderliggend stortmateriaal) of niet, ... . Aan elk van deze milieus heeft zich een eigen planten- en dierengemeenschap aangepast. Daardoor biedt het gebied een gevarieerd overzicht van biotopen, niettegenstaande de breedte slechts varieert tussen 15 en 50 meter. De jongste tellingen gewagen van 202 (soorten) paddestoelen, 86 vogels, 265 plantensoorten, 2 reptielen, 7 amfibieën, 30 vlinders en 15 zoogdieren. Het is natuurlijk duidelijk dat deze niet enkel in het smalle, op vele plaatsen overbelaste natuurgebied huizen. Toch heeft de lange houtwal die het geheel uiteindelijk vormt voor verscheidene dieren en planten een belangrijke functie als verbindingselement tussen o.a. de beekvalleien die de bedding van Edegem tot Mechelen doorsnijden.
In tegenstelling tot wat wel eens wordt verondersteld, is natuurbehoud niet enkel een kwestie van genieten en afblijven. Hierdoor zouden b.v. de interessantere moerasdelen volkomen verlanden, overwoekeren binnen afzienbare tijd eiken-berkenbossen de droge, elzen-wilgenstruwelen de vochtige bodems. Om die verarming te voorkomen, zijn we tot een actief natuurbeheer verplicht. Dit houdt enerzijds in dat we natuurlijke groeiprocessen maximale kansen bieden. Anderzijds moeten we in overeenstemming met het erkende beheerplan hier en daar ingrijpen om bepaalde, even natuurlijke evolutieprocessen te verhinderen of om te buigen. In praktijk betekent dit dat we de graslandjes jaarlijks maaien; hetzij in de tweede helft van juni, hetzij na 15 september. Daarnaast planten we op kwetsbare plekken inheems schermgroen aan, kappen of rooien om de vijf of tien jaar de boomopslag in moerassige delen, diepen verlande delen uit, ...
Gedurende de voorbije decennia slaagde de beheergroep er in de biodiversiteit op de meeste plaatsen te behouden en links en rechts zelfs te verhogen. Van Mechelsesteenweg tot Notmeir in Duffel legden we ondertussen ook een wandelpad aan. Het ganse gebied is zo voor iedereen toegankelijk, met de gebruikelijke restricties rond lawaaihinder, loslopende honden, kamperen, sluikstorten, broedgebied, ... en het verbod op het gebruik van rijwielen of rijdieren in gans het natuurgebied.
De geschiedenis van "de Oude Spoorwegberm"
Spoorlijn 27B, tussen Wilrijk en Mechelen, werd geopend in het begin van de vorig eeuw (1905). De lijn bleek tijdens de naoorlogse periode niet langer rendabel te zijn. Het reizigersvervoer eindigde op 4 oktober 1959, het goederenverkeer op 22 februari 1970. Sporen en dwarsliggers werden weggevoerd, bruggen ontmanteld en de bij de aanleg onderbroken oude wegen opnieuw doorgetrokken. In de jaren '70 vulde men grote delen op met afbraakmaterialen en ander afval. Nadien begon de natuur langzaam de oude bedding terug in te palmen.
De Koning Boudewijnstichting en de Belgische Natuur- en Vogelreservaten v.z.w. organiseerden midden 1983 de campagne "Natuur in de Buurt". Het doel was om op gemeentelijk vlak een gericht natuurbeheer op gang te brengen, gebaseerd op een samenwerking tussen de lokale overheid en geïnteresseerde bewoners. Er werd vooreerst selectief te werk gegaan voor wat de aard van het terrein betreft. Het gebied in kwestie moest, mits het juiste beheer, tot een grotere natuurwaarde kunnen evolueren.
De campagne duurde anderhalf jaar, van 15 mei 1983 tot 15 november 1984. Ze wilde een start geven, een aanzet zijn tot een langdurig en vakkundig beheer van zoveel mogelijk kleine en grote natuurgebieden in Vlaanderen. Als gevolg van de campagne werden zes gebieden door B.N.V.R. als natuurreservaat in beheer genomen, waaronder de Oude Spoorwegberm te Kontich (11 ha).
Op 19 december 1984 sloot het gemeentebestuur van Kontich een gebruiksovereenkomst met B.N.V.R. voor het beheer van de oude spoorwegbedding van de lijn Wilrijk-Mechelen, deel Mechelsesteenweg tot de grens met Duffel. Deze ingebruikname ging in op 1 januari 1985 voor een periode van 9 jaar. Behoudens opzeg bouwde men een stilzwijgende verlenging voor telkens eenzelfde termijn van 9 jaar in. Op 16 april 1985 werden twee conservators aangesteld die met de hulp van een even vers beheerteam het beheerplan van Rudi Meeus mochten beginnen uitwerken.
Situering
De voormalige spoorwegzate doorsnijdt de regio als het ware van noord naar zuid. Het reservaat heeft een lengte van 4,580 km en een totale oppervlakte van 15, 1569 ha.
De toekomst van "de Oude Spoorwegberm"
Wie onze inspanningen financieel wil steunen om dit lange lint als natuurverbindingsgebied te handhaven en verder uit te breiden, kan een bijdrage storten of overschrijven op rekening 293-0212075-88 met vermelding "Project 3703". |