Hylawerkgroep
 
 

Inlichtingen

Johan Asselberghs
Natuurpunt Regionale hylawerkgroep Beneden-Nete
Molenstraat 44, 2570 Duffel
Tel 015 31 94 88 of GSM 0479 65 29 07
e-mail: Johan Asselberghs
meer info zie www.hylawerkgroep.be


Paddenoverzet Senthout 2010
Hier kan u zowel de daggegevens van dit jaar als de statistieken 1996-2010 vinden.
 
Top

Natuurpunt kent zijn jaarlijkse awards toe - Hylawerkgroep valt in de prijzen!

AwardsAlgemeenAwardsHylaOp de jaarlijkse algemene vergadering kende Natuurpunt ook deze keer weer haar Awards uit.
De laureaten zijn: afdeling Dilbeek voor hun uitstekende communicatie, afdeling Zuidrand Antwerpen voor haar educatieve werking, Vogelwerkgroep Oost-Brabant voor haar educatieve werking, Vlinderwerkgroep Thecla en werkgroep Hyla als studieteam bij uitstek, beheerteam Lovenhoek en beheerteam De Maten als topbeheerteams en afdeling Opglabbeek als sterkste groeier. Links ziet u de vertegenwoordigers van de gevierde afdelingen, rechts Johan die de werkgroep Hyla vertegenwoordigde.
Hieronder leest u de motivatie van de jury voor de prijs toegekend aan Hyla:

Hyla, de amfibieën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt, is een vaste waarde in Vlaanderen. Al jarenlang informeert deze bruisende werkgroep zowel het brede publiek als specialisten door voordrachten, educatieve folders, tentoonstellingen, wetenschappelijke publicaties, binnen- en buitenlandse excursies, studiedagen en een uitgebreide website. Door een laagdrempelige aanpak probeert Hyla zoveel mogelijk mensen te betrekken en dat lukt behoorlijk! Jaarlijks worden tijdens paddenoverzetacties in heel Vlaanderen tienduizenden amfibieën veilig de weg overgezet. Door het aanleggen van poelen creëert de werkgroep nieuwe plekjes voor kikkers en salamanders. Speciale beheerdagen worden georganiseerd voor zeldzame en bedreigde soorten. De Hyla-databank is intussen uitgegroeid tot de belangrijkste bron van informatie rond amfibieën en reptielen in Vlaanderen.

Top

Hyla Flits voortaan via de website
de nieuwe HYLA-FLITS 2009, nummer 2 is klaar en staat op de website www.hylawerkgroep.be waar je het document kan downloaden onder het menu FLITS. Vroeger werd de FLITS rechtstreeks naar de lezers doorgemaild, maar we ondervonden soms heel wat problemen bij het doormailen, vandaar dat we een andere manier verkozen.
Top

Kijk een kikker ! Amfibieën in je vijver? Laat het ons weten!

AlpenwatersalamanderVroeg in het voorjaar voelen amfibieën de lente kriebelen. Watersalamanders, kikkers en padden trekken dan massaal naar hun voortplantingsplaatsen. Poelen met helder water, een goed ontwikkelde vegetatie, lekker in het zonnetje: dat zijn vaak echte amfibieënparadijzen. Jammer genoeg worden heuse amfibieënpoelen knap zeldzaam in Vlaanderen. Veedrinkpoelen worden niet meer onderhouden en verlanden, heel wat weidepoelen werden gedempt, in andere peuzelt (uitgezette) vis de meeste salamanderlarven op. Het gaat onze inheemse soorten dan ook niet voor de wind. Zelfs Kleine Watersalamander, ooit de meest algemene salamandersoort in Vlaanderen, krijgt de laatste jaren rake klappen.

Tuinvijver

Maar misschien is er hoop. Steeds meer mensen gaan op zoek naar een beetje natuur in eigen tuin. Een fris bloeiende Gelderse Roos, een houtstapel als schuilplaats voor Egels en muizen, wat Hazelaars om spechten en Rode Eekhoorntjes aan te trekken, nestkastjes rond het huis voor bedrijvige meesjes en, waarom ook niet, een tuinvijvertje. Want water brengt leven. Libellen vinden al gauw de weg naar je tuinpoel en ook amfibieën laten meestal niet lang op zich wachten. Zelfs midden in verstedelijkt gebied duiken Bruine Kikkers en Alpenwatersalamander op! Heel leuk, zeker voor de kindjes die meestal gefascineerd zijn door zoveel leven in en om het water.
Net die tuinvijvers zouden op heel wat plaatsen wel eens de redding kunnen zijn voor onze inheemse amfibieën. Er zijn er immers veel, heel veel (misschien zelfs meer dan 'echte' poelen in de natuur) en meestal is ook de waterkwaliteit er zeer goed (vaak met dank aan het zuurstofpompje). Soms ogen ze wat artificieel met plastic folie, een vissende tuinkabouter, bergachtige watervalletjes en een klein brugje maar op zich maakt dat niet zo veel uit. Zolang het tuinvijvertje maar visvrij is (want vis en watarsalamanders gaan echt niet goed samen) !
Hyla, de reptielen- en amfibieënwerkgroep van Natuurpunt, is zich bewust van het belang van tuinvijvers en heeft dan ook een heuse tuinvijveractie op het getouw gezet. In de folder 'Kijk, een kikker' krijg je heel wat uitleg over hoe je onze inheemse amfibieën kan herkennen. Er worden ook enkele tips gegeven over hoe je jouw vijvertje en je tuin amfibievriendelijk kan maken met concrete adviezen om bv. zeker geen salamanders, kikkers of padden uit te zetten. Laat de natuur z'n gang maar gaan en dan komt alles wel van zelf, zelfs in verstedelijkt gebied. 't Is soms wat wachten, maar komen zal het.

Folder

Heb je dus zelf een tuinvijvertje en zitten er amfibieën in, dan kan je hier de folder downloaden.
Jouw gegevens kan je doorsturen met deze invulpagina.
Voor verdere vragen of info kan je ook steeds terecht bij info@hylawerkgroep.be. We staan voor jou klaar en hopen alvast op een massale respons!

Top

Eerste amfibieën gesignaleerd

AWS

 

Op maandagavond 16 februari, een relatief zachte avond bij ongeveer 8° met wat motregen, werden 2 alpenwatersalamanders opgemerkt. Vrijdagavond was er ook al enige beweging. In bijna alle straten waar paddentrek wordt waargenomen werden enkele mannetjes pad gesignaleerd of duiden de eerste verkeersslachtoffers op de nopende paddentrek. Het gaat echter nog maar om enkelingen. Als het weer nu nog even mee wil en het nog een fractie zachter wordt zijn we wellicht vertrokken.

Top

Oproep tot deelname aan de paddenoverzet 2009

Het is nog eens een normale januarimaand, bijgevolg zal er in de maand januari voor het eerst sinds 8 jaar nog geen paddentrek zijn (vorig jaar vonden we op 19 en 20 januari al bijna 100 dieren). Het ziet er dus naar uit dat 2009 een normaal paddentrekseizoen zal worden.

Wil je er bij zijn en mee de diertjes veilig over de weg helpen? Schrijf je dan nu in: je ontvangt dan de Hylanieuwsbrief die je op de hoogte brengt wanneer de eigenlijke trek zal beginnen. Stuur je mailadres door naar Johan Asselberghs en je ontvangt de digitale hylanieuwsbrief die je precies op de hoogte houdt van de stand van zaken en wanneer we ook jouw hulp nodig hebben.

Top

Een nieuwkomer gevonden in Duffel: de Anatolische of oostelijke meerkikker.

De kans is groot dat in Vlaanderen de groene inheemse kikkers, de bastaardkikker (Pelophylax esculenta) en poelkikker (Pelophylax lessonea) op termijn verdreven wordt door grotere exotische groene kikkers zoals de Europese (Pelophylax ridibundus) of Anatolische meerkikker (Pelophylax bedriagae). Dat blijkt uit een studie van de K.U. Leuven.
Dat onze gebieden in voornamelijk Duffel al besmet waren met meerkikkers wisten we al, maar daar komt nu ook de Anatolische meerkikker (oorspronkelijk afkomstig uit het Midden Oosten) bij. Dat blijkt uit DNA-onderzoek van Griet Holsbeek (Labo Aquatische Ecologie, K.U.L.) die de invasiegeschiedenis van de ‘groene kikkers’ (Pelophylax esculentus-synklepton) in Vlaanderen in kaart bracht. Na een plaatsbezoek samen met Robert Jooris van Anatolische MeerkikkerHyla afgelopen junimaand werden tal van vijvers en poelen met groene kikkers afgewandeld. Bijna overal werd de meerkikker gevonden. Zo werd ook de parkvijver van Duffel bezocht. Tijdens het plaatsbezoek stelde Robert vast dat er afwijkende kwaaktonen te horen waren en dat de kikkers een niet gebruikelijke kleur hadden en een afwijkend strepenpatroon vertoonden. Dit werd verder onderzocht en ja hoor: de Anatolische kikker werd gevonden.
Robert Jooris, de groene kikkerspecialist van Vlaanderen en medewerker van Hyla deelde dit aan me mee op de Herpetologische studiedag op 29 november, waar ondermeer de problematiek van introducties en invasies van meerkikkers uit de doeken werd gedaan. Het is de eerste vondst van deze exoot in onze streek en het gaat niet om 1 exemplaar maar om verschillende dieren. De dieren zitten in de vijver aan de fontein in het Duffelse Muggenbergpark. Ook schijnen tal van de aanwezige meerkikkers al besmet te zijn volgens het DNA-onderzoek. Eerder werd deze exoot al aangetroffen in de Dijlevallei (Oost-Brabant) ten zuiden van Leuven. Het is zeker dat deze dieren verspreid zijn via de talrijke tuincentra rechtstreeks, maar wellicht onrechtstreeks ook door vijverliefhebbers die de dieren in het park zijn komen dumpen.
Dat deze groene kikkersoort nu ook in Duffel aanwezig is, is geen goed nieuws voor onze inheemse groene kikkers. De bastaardkikker werd nu al meer en meer weggeconcurreerd door zijn Oost-Europese neef, de Europese meerkikker, maar dat zou hij wellicht nog overleven. Deze Anatolische meerkikker zal dit proces nog versnellen en wordt aanzien als een zeer invasieve exoot. Binnen afzienbare tijd zal er meer en meer Anatolische meerkikker verschijnen. Uit het eerste onderzoek schijnt deze zelfs de "inheemse meerkikker" weg te concurreren door onderlinge paringen en kruisingen. Dat de opmars van de Anatolische kikker snel gaat, blijkt al in Oost-Brabant.
De gevolgen zijn groot naar biodiversiteitverarming. Op termijn dreigen nu onze inheemse Bastaardkikker (die eigenlijk een kruising is van poelkikker (P. Lessonae) en meerkikker (P. Ridibunda) en zich toch kan voortplanten door een uniek systeem van diploïdegenese - uniek in de natuur) en Poelkikker helemaal weggeconcurreerd te worden. Voorlopig blijken nog heel wat zuivere poelkikkerpopulaties veilig te zitten in de Kempen, maar verwacht wordt dat dit niet lang meer zal duren met de opmars van de Meerkikker en nu dus ook de Anatolische meerkikker. In Duffel is in alle geval de kans groot dat onze inheemse bastaardkikkers ten dode zijn opgeschreven. Ze zullen allemaal geleidelijk aan meerkikkers worden.

Hoe komt dit?
- Meerkikkers snel in de meerderheid
In meer dan de helft van de onderzochte locaties waren Europese meerkikkers of andere uitheemse soorten aanwezig. De Europese meerkikker is sinds zijn aankomst rond 1970 in ons land aan een stevige opmars bezig. De meerkikker is merkelijk groter en groene kikkers kiezen meestal grote soortgenoten (meerkikkers dus) om te paren. Ongeveer één op vijf vijvers bevatten ook Anatolische meerkikkers, een nauw verwante soort uit het Midden-Oosten. In sommige regio's zoals Oost-Brabant vormen deze meerkikkers al de meerderheid. Dat is zelfs in natuurgebieden het geval.
- Verorberen en kruisen
De effecten op lange termijn zijn nog niet gekend, maar de kans is groot dat de inheemse groene kikkers zullen verdreven worden door hun grotere exotische neefjes. "Van zowel de Europese als de Anatolische meerkikker werd waargenomen dat ze de kleinere inheemse groene kikkers zonder scrupules verorberen, maar er ook mee kruisen", aldus de onderzoekers. Zonder hier het laatste detail van een ingewikkeld genetisch proces uit de doeken te doen, komt het erop neer dat van elke bastaardkikker die paart met een meerkikker, de nakomelingen bijna allemaal meerkikkers zullen zijn. Het zogenaamde R-genoom (het genoom van de meerkikker) schijnt immers dominant te zijn en doorgegeven te worden, terwijl het L-genoom (het genoom van de poelkikker) wordt afgestoten.
- Logge wetgeving
De onderzoekers wijzen met een beschuldigende vinger naar de "onlogische en logge Europese wetgeving die import van exoten enkel verbiedt als er aantoonbare schade is". Dat laatste is bijvoorbeeld het geval met de Roodwangschildpad en Amerikaanse brulkikker. Bij tal van andere uitheemse soorten weet echter niemand in welke mate ze een bedreiging vormen voor inheemse planten en dieren en of ze kruisen met onze inheemse soorten. Bovendien is volgens de letter van de wet de handel in deze schadelijke exoten binnen de EU nog steeds toegelaten.

Wat kan jij doen?
- Meld ons alle groene kikkers die op je vijver kwaken. We komen ze graag onderzoeken. Een aantal morfologische kenmerken zijn bepalend om deze ondersoorten te onderscheiden (weliswaar is dit enig specialistenwerk) alsook de manier van kwaken (is veel makkelijker te onderscheiden). Hyla kan u ook een geluidsfragmentje doorsturen. Koop geen groene kikkers of andere amfibieën aan in tuincentra: het gaat altijd om exoten of illegale inheemse vangsten. Meld ons zelfs de verkoop in tuincentra, zodat we de verkopers kunnen sensibiliseren en hen op de gevaren wijzen van deze handel. Dump vooral geen (gekochte) kikkers in de vrije natuur, het zal alleen maar de verspreiding van deze dominante soorten bevorderen.
- Doe mee aan de actie Kijk een kikker (www.natuurpunt.be, klik op biodiversiteit; amfibieën en reptielen, tuinvijvers).


Johan

Top

Welke kikker is de nieuwe lawaaimaker in onze regio?

Bij kikkers die kwaken dat horen en zien vergaat, denkt iedereen aan de beruchte Amerikaanse stierkikker of brulkikker (American Bullfrog). De kans dat je in onze regio een brulkikker tegenkomt is gelukkig erg klein. Tot op heden is hij in onze streek nog niet waargenomen. Bij de steeds frequentere meldingen van brullende of luid kwakende kikkers blijkt het om de meerkikker te gaan.

Deze uit Oost-Europa naar hier gesukkelde neef van onze groene kikker is in een snel tempo grote delen van Vlaanderen aan het veroveren, zo ook onze regio. Vooral aan de Nete hoor je de laatste jaren overal meerkikker roepen, maar ook verder van de Nete is deze meerkikker al gesignaleerd. Ook in onze natuurgebieden zowel in de Mosterdpot als in de Babbelbeekse Beemden zijn al roepende meerkikkers te horen.
Meerkikkers roepen van mei tot augustus. Het is een zeer luid en schel gekwaak met een snelle opeenvolging van é é éééé, met langere, klagerige paringsroepen. De brulkikker maakt veel minder lawaai. Zijn gekwaak wordt wel vergeleken met het loeien van een koe.

5 jaar geleden kwam er in onze streek nauwelijks meerkikker voor. De bastaardkikker (onze eigen van nature voorkomende groene kikker) daarentegen kwam overal voor. Maar sinds één Bulgaarse trucker er per ongeluk een paar tientallen meebracht en uitzette in de omgeving van Gent in 1975, zijn ze aan hun veroveringstocht begonnen. De meerkikkers zijn erger dan de brulkikker omdat ze de inheemse groene kikker genetisch overmeesteren. Als onze groene kikker paart met de meerkikker, zijn de nakomelingen levensvatbare meerkikkers. Groene kikkers hebben dan ook nog eens de neiging de grootste en meest luidruchtige kikker te kiezen en de meerkikker is merkelijk groter dan onze inheemse kikker.
Stilaan wordt de verhouding meerkikker en bastaardkikker anders. Uit onderzoek door Hyla blijkt, dat de verhouding meerkikker/bastaardkikker in de Gentse wateren in de jaren 70-80 nog maar 1 op 50 was. Nu is die verhouding omgekeerd: 49 op 50 dieren zijn meerkikkers.
De grootste concentraties zitten rond de Schelde in de regio Gent-Wetteren. Via de Schelde zijn ze nu ook aan de veroveringstocht via de zijrivieren begonnen, zoals de Dijle en de Nete. In Mechelen zijn er al veel meerkikkers aanwezig en tegenwoordig dus in Duffel en Lier, vooral in de Netevallei (Retentiebekken, Mosterdpot-Goorbosbeekvallei, AWW-bekkens, Anderstad, Babbelbeekse Beemden en mondingsgebied Kleine en Grote Nete). In Kontich is het aantal waarnemingen nog erg beperkt en zijn de kwakende groene kikkers meestal nog bastaardkikkers.
Momenteel worden er ook al meerkikkers gesignaleerd in Limburg en West-Vlaanderen. De oorzaak van deze nieuwe populaties kan moeilijk gezocht worden bij het voorval van 1975. Er zijn echter tuincentra die soms romantisch kwakende kikkers aanbieden voor hun tuinvijvertjes. Meestal gaat het dan om meerkikkers uit Oost Europa, of erger nog Egyptische groene kikker of Amerikaanse brulkikker. Koop dus nooit kikkers of larven in tuincentra, want dit kan wel eens het begin zijn van een nieuwe ecologische ramp.
Natuurpunt Hylawerkgroep onderzoekt nu de verspreiding van meerkikkers, maar ook de inheemse amfibieënsoorten. Eigenaars van vijvers met amfibieën kunnen dit melden op de website. Als het groene kikkers zijn, mailt Natuurpunt twee geluidsbestanden terug, zodat de eigenaar kan uitmaken wat hij heeft zitten.

www.natuurpunt.be/tuinvijvers
Meer info ook op www.hylawerkgroep.be
 

Top

Paddenoverzet 2007 -  De meest onzekere en kwakkeltrek ooit!
 

In 2007 werd bij een regenachtige en superzachte avond op 6 januari de eerste mannetjespad waargenomen. Dit feit herhaalde zich op 13 januari, toen vonden we zowel een levend als dood mannetje. Deze enkele dieren gaven ons een signaal dat we ons klaar moesten houden. Van winter was er bovendien geen sprake. Onder impuls van het overheersende zachte weer geholpen door wat motregen en superzachte minima rond 9 à 12 graden kwam de trek schoorvoetend op gang.

Op 29 januari vonden we al 6 dieren. Vanaf deze datum kan men stellen dat eigenlijke paddentrek op gang geschoten was. Op 30 januari vonden we zowel de eerste kleine watersalamander als de alpenwatersalamander. Het aantal padden was ook te groot voor het beperkte groepje dat op de actieplaats aanwezig was, waardoor we op een totaal van 33 dieren, maar liefst 16 dieren optekende als slachtoffer. De avond erna was het duidelijker kouder en dat uitte zich dan ook in slechts 4 dieren. Op 1 februari was het opnieuw een superzachte avond en we registreerde maar liefst 91 amfibieën. 2 februari was het weer merkelijk kouder met een graad of 6, na een zachte dag met 13 graden. Toch was die avond nog goed voor 25 amfibieën op een half uurtje tijd in het begin van de avond. Dan was het 10 avonden wachten vooraleer er opnieuw trek zou worden waargenomen. Half februari was het overdag zonnig en droog en vrij zacht overdag, maar ’s avonds was het te fris door de meestal heldere hemel.

Op 11 februari toen de Atlantische zachtheid terug was, kwam de trek onmiddellijk terug op gang.  Het bleef van 11 februari tot 17 maart overwegend relatief zacht. Tussendoor waren er ook koelere avonden en dat zorgde dan voor mindere resultaten, maar bijna elke avond werden toch een 5 tot 10 dieren geregistreerd. Vele avonden waren dan ook superzacht met soms meer dan 10 graden, maar ideale trekomstandigheden waren er zelden. Ofwel vergat het te (mot)regenen, ofwel was er een te sterk windveld, ofwel flirtte de temperatuur met net 7 of net geen 7 graden, ofwel was het juist opgeklaard tijdens de avond. Bijna geen enkele avond leverde ideaal trekweer. Als de omstandigheden dan toch ideaal waren, dan werd er een matige trekavond opgetekend. Een echte piekavond met meer dan 250 dieren of meer werd in 2007 niet opgetekend. Een avond die enigszins in de buurt komt was deze van 20 februari met slechts 257 geregistreerde dieren, ver van het record uit 2005 toen 889 dieren werden geregistreerd op 1 avond. Ook 23, 24 en 27 februari mogen tot de drukke avonden worden gerekend met respectievelijk 203, 186 en 152 dieren. Op 23 februari werd ook de eerste bruine kikker gevonden. Op 24 februari registreerde we zelfs al een eerste groene kikker, wat wel heel erg vroeg is op het jaar. Van 28 februari tot 17 maart moesten we elke avond aanwezig zijn omdat de overzet verder kwakkelde, net als het weer. De aantallen varieerden tussen de 3 en 76 dieren per avond, behalve op 4 maart toen tijdens een kleine winterprik met smeltende sneeuw er geen enkel dier is geregistreerd. Op 1 maart vonden we wel na enkele jaren afwezigheid terug een exemplaar van de Vinpootsalamander. 13 maart leverde zelfs 4 exemplaren Op, wat het aantal Vinpootsalamanders op 5 brengt tijdens de hele overzet. Deze vondst bewijst nogmaals de stelling dat de Vinpootsalamander in zeer kleine getale voorkomt in het gebied. Vanaf 18 maart leek het dan toch nog even te gaan winteren. Het sneeuwde even echt en het vroor enkele nachten. De winterprik leek echter slecht georganiseerd en dat uitte zich in enkele avonden doodgewone regen in plaats van sneeuw, waardoor er bij ons twijfel bestond en controles nodig bleken. Met amper 5 graden leek het toch te koud te zijn en de paddentrek was even aan een pauze toe.

Op 26 maart, toen het winterprikje voorbij was, registreerden we opnieuw enkele dieren. 27 maart was nog een nacht met lichte nachtvorst. Pas op 28 en vooral 29 maart werden opnieuw dieren geregistreerd. Wat opviel was wanneer we padden vonden, het bijna allemaal koppels waren 29 maart piekte dan weer wat het aantal soorten betrof. Maar liefst 12 bruine en 10 groene kikkers werden gevonden, tegenover slechts 25 padden. 30 maart, windstil, wat gedruppel en superzachte temperaturen van om en bij de 16 graden leverden eveneens bruine kikkers op en ook nog enkele salamanders. Met slechts 8 padden bij deze omstandigheden konden we bijna stellen dat het hoogtepunt van de trek erop zat. Op 31 maart bij gelijkaardige omstandigheden maar wel droog werd nog 1 pad gevonden. Het was ook meteen de laatste en de avonden. Na nog enkele controleavonden sloten we de paddentrek op 2 april af met 1.935 geregistreerde dieren.

Vergeleken met vorig jaar is dat een pover resultaat. Met bijna 12 % lag ook het mortaliteitspercentage vrij hoog. Beide cijfers zijn te verklaren door de erg gespreide trek. De 1.935 geregistreerde dieren betekent niet dat er een achteruitgang is op de actieplaats. De achteruitgang schijnt een algemeen Vlaams fenomeen te zijn vooral op plaatsen waar er enkel een raapactie is. Uit de resultaten waar men werkt met schermen, blijkt dat er ook veel ochtendtrek is geweest en daar haalt men bijna dezelfde cijfers als andere jaren. Die ochtendtrek wordt op raapacties niet geregistreerd. Bovendien is 1.935 dieren nog altijd het op drie na beste resultaat ooit op het Senthout gedurende de 11 jaar dat in deze straat paddenoverzet plaatsvindt (zie overzichtstabel en grafiek).

Jaar

Gewone pad

Kikkers

Salamanders

Algemeen totaal

Aandeel gewone pad

Aandeel kikkers

Aandeel salamanders

1996

324

3

12

339

95,58

0,88

3,54

1997

627

4

50

681

92,07

0,59

7,34

1998

841

8

72

921

91,31

0,87

7,82

1999

842

1

17

860

97,91

0,12

1,98

2000

1.405

10

28

1.443

97,37

0,69

1,94

2001

1.577

31

42

1.650

95,58

1,88

2,55

2002

1.822

40

168

2.030

89,75

1,97

8,28

2003

1.501

45

179

1.725

87,01

2,61

10,38

2004

1.736

48

48

1.832

94,76

2,62

2,62

2005

2.227

21

47

2.295

97,04

0,92

2,05

2006

2.376

43

223

2.599

91,42

1,65

8,58

2007

1.822

41

72

1.935

94,16

2,12

3,72

Op 30 maart is de laatste druppel gevallen, want het zonnige, droge en superzachte weer van einde maart was de voorbode van een kurkdroge bijna zomerse aprilmaand. Het zou pas terug regenen op 5 mei. Die eerste regen leverde de zogenaamde “kikkerregen” op. Dankzij het droge en zonnige weer, warmden de poelen snel op (lage waterstand en veel zon) en dit bevorderde de groei van de larven. Op 5 mei namen we al de eerste gemetamorfoseerde nieuwe generatie padjes waar, dat is ook ruim een maand te vroeg. Normaal vindt de metamorfose plaats half juni.

Meer informatie vindt u op onze website www.natuurpunt.be/oudespoorweg. Hier (pdf) kunt u de resultaten per dag terugvinden.
Algemene informatie en de cijfers van heel Vlaanderen vindt u terug op de website van Hyla: www.hylawerkgroep.be

Johan Asselberghs


Top

Gewriemel zonder piemel
 

Kikkers in je vijver? Laat het ons weten.

Tijdens het voorjaar van 2007 lanceert Hyla (de amfibieën en reptielenwerkgroep van Natuurpunt) een nieuwe actie "Gewriemel zonder piemel". Met deze actie wil Hyla de eigenaars van vijvers of een poel aanzetten om de amfibieën die ze erin aantreffen te tellen en door te geven. Ook onze afdeling doet hieraan mee.

In de folder (pdf) bij deze actie vind je, naast alle amfibieën die in tuinvijvers kunnen zitten, ook een (eenvoudig) woordje uitleg over hoe je deze dieren kan waarnemen en krijg je tips over het amfibievriendelijk maken van je waterpartij.

De folder vind je hier (pdf) en kan je ook in gedrukte versie aanvragen bij Hyla - Natuurpunt Studie, Coxiestraat 11, 2800 Mechelen, tel. 015-29 72 44, E-mail. Op www.hylawerkgroep.be/gewriemel kan je je gegevens online invullen.

Op afspraak willen wij uw tuinvijver eens komen bemonsteren. Neem contact op met Johan Asselberghs (zie bovenaan deze pagina)

Top