Plantenwerkgroep
 
 
Invasieve waterexoten:  groot probleem voor onze natuur!
 

Invasieve exoten zijn planten die van nature niet in Vlaanderen voorkomen maar zich op sommige plaatsen massaal vestigen. Deze plantensoorten kennen een explosieve groei. Al jaren ondervindt Natuurpunt het probleem van de exoten en moeten we meer en meer energie steken in het bestrijden en voorkomen ervan in onze natuurgebieden. Wij vragen dan ook concrete maatregelen aan de overheid.
De voorbije jaren namen de waterbeheerders, met de provinciale waterdienst als voortrekker, gelukkig al initiatieven om deze soorten te bestrijden. Wegens gebrek aan ervaring, kennis van de vindplaatsen,… is het probleem nog niet ingeperkt. Integendeel, de soorten verspreidden zich massaal op sommige plaatsen en steeds op meer plaatsen tot zelfs in onze natuurgebieden. Zo wordt in de Babbelbeekse Beemden al meer dan 5 jaar Parelvederkruid actief bestreden. Gelukkig is de plaag nu onder controle, maar helemaal uitgeroeid is de soort blijkbaar nog niet. Onlangs werden weer 2 kleine haarden opgemerkt en onmiddellijk verwijderd. Ook kroosvaren (Azolla) is een exoot waarmee  we in de Babbelbeekse Beemden (in 2007 overwoekerde de kroosvaren hij het volledige wateroppervlak) en Oude Spoorwegberm (in 2005 en 2006 op het ganse oppervlak). Deze uitheemse vlottende varen zorgt voor een roos laken op de waterpartijen. Gelukkig schijnt de kroosvaren over zijn hoogtepunt heen in de Oude Spoorwegberm (door actieve bestrijding), in de Babbelbeekse Beemden lijkt hij na 1,5 jaar vanzelf verdwenen te zijn, gelukkig maar want daar bestrijden is bijna onmogelijk.
In onze regio kennen we nog tal van vijvers, plassen en beken waar exotische waterplanten de plak beginnen te zwaaien. Het is dus hoog tijd dat er gehandeld wordt.
De waterbeheerders in Vlaanderen, gesteund door Minister Crevits besloten dan ook om samen naar een grondige en geïntegreerde aanpak te streven. Bij een gebrek of foutieve bestrijding wordt voor een verdere verspreiding van de soorten gezorgd. De minister roept alvast de tuincentra op deze planten niet meer te verkopen (voorlopig vrijblijvend) of op z’n minst de kopers te informeren over de problemen die de planten kunnen geven in de vrije natuur. Natuurpunt vindt dit een goede stap in de richting, maar vraagt een totaal verbod op de verkoop van die exoten: dat is de beste preventie. Minister Crevits heeft daar wel oren naar, maar het is de federale regering onder de bevoegde minister Magnette, die hierover een beslissing moet nemen. Hij overweegt dit ook te doen.
Aan onze leden vragen wij ook uitdrukkelijk deze invasieve soorten niet meer te kopen in afwachting van het eventuele verbod. Mochten ze al in uw siervijvertje staan, gelieve deze dan zeker te verwijderen (zie verder verwijdering) maar zeker de verwijderde planten NOOIT in de vrije natuur te brengen, want dat is waarschijnlijk de belangrijkste reden dat ze nu overal woekeren, maar ook eenden e.d. … verspreiden de planten. We kunnen met zekerheid stellen dat de besmetting in de Babbelbeekse Beemden en de Oude Spoorwegberm ontstaan is door het sluikstorten van sierplanten op de sloot.
Door de zeer explosieve vestigings- en groeimogelijkheden van deze planten vormen ze een potentieel probleem dat kan leiden tot economische of ecologische schade. Soms blijft de explosieve woekering op korte termijn uit. Ook hier is bestrijding wenselijk om verspreiding en woekering op langere termijn te voorkomen.

Mogelijke problemen zijn:
remmen van de waterafvoer door de enorme plantenmassa in rivieren en beken
belemmeren van de waterafvoer door ophoping bij bruggen, dammen, pompen van losgerukt plantenmateriaal
overwoekeren van kwetsbare inheemse soorten (in de Babbelbeekse Beemden ondermeer het zeer zeldzame en beschermde haarfonteinkruid)
veroorzaken van vissterfte en zuurstofloosheid door massale groei en het afsluiten van het wateroppervlak
beïnvloeden van het natuurlijke ecosysteem zoals verstoring van de nutriëntenhuishouding, verlanding, …
beperken van toegankelijkheid van het water voor recreanten zoals hengelaars en kanovaarders als het water helemaal dichtgroeit
Nood aan een geïntegreerde bestrijding
Ondanks de aandacht die de waterbeheerders de voorbije jaren besteed hebben aan de bestrijding van deze exoten bij onderhoud van de waterloop, nam de verspreiding sterk toe. Een meer drastische aanpak is dus vereist om verdere verspreiding te voorkomen. In overleg tussen de verschillende waterbeheerders werd beslist om een gezamenlijk actieprogramma op te starten.
De klemtoon lag tot nu toe op de verwijdering van grote hoeveelheden. Uit de evaluatie blijkt dat dit niet volstaat. Een intensieve handmatige nazorg, waarbij om de drie weken hergroei wordt verwijderd, is hiervoor noodzakelijk. VMM onderzoekt in overleg met de andere waterbeheerders de mogelijkheden om hier arbeiders voor in te zetten

Probleemsoorten

De belangrijkste probleemsoorten in Vlaamse oppervlaktewateren zijn:
Grote waternavel
Parelvederkruid
Waterteunisbloem
andere plantenexoten zoals grote kroosvaren (Azolla filiculoides)

Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides L.f.)

Grote waternavelDit is een van oorsprong Zuid-Amerikaanse plant, plaatselijk ook Braziliaantje of Braziliaanse waternavel genoemd. De plant kan zich zeer snel verspreiden – een stekje van enkele cm groot is al voldoende om tot een nieuwe plant uit te groeien – en kent een explosieve groei. In de zomermaanden kan de biomassa iedere week verdubbelen.

Kenmerken

Bladeren: de onbehaarde, glanzende bladeren lijken min of meer rond, met een diameter tussen 4 en 10 cm, een bladsteel in het midden geplaatst (paraplu). Aan één kant is het blad diep ingesneden tot aan de bladsteel en verder 3- tot 7-lobbig.
Groeiperiode: de planten beginnen vanaf mei te groeien; de sterkste groei is in juli -augustus, maar de groei kan tot in oktober en bij zachte winters zelfs tot putje winter.
Stengels: tot meer dan 0,5 cm dik, kruipen over of net onder het wateroppervlak of over de grond.
Wortels: op de knopen van de stengels zit bij elk blad een bosje dat meer dan 5 cm lang wordt.
Bloemen: zijn relatief klein en grauwwit, uiterst zelden te zien. 
Groeivorm: de planten vormen drijftillen: ze koloniseren vanuit de oeverlijn het wateroppervlak en vormen een soort deken over het water.
In de slotgracht (gedeelte van de Arkelloop) te Duffel is er al een serieuze haard (ook heeft hier al bestrijding plaatsgevonden), maar ook in de buurt van Rosendael en Walem vormt deze plant een serieus probleem en groeien de grachten volledig toe.

ParelvederkruidParelvederkruid (Myriophyllum aquaticum)

Het tropische parelvederkruid wordt ook wel eens gepareld of Braziliaans vederkruid genoemd. De soort komt veelvuldig voor in stilstaand water. Vooral in warme najaren kan de plant woekeren. Parelvederkruid wordt wel eens verward met het (inheemse) aarvederkruid maar is het enige vederkruid dat echt boven het water groeit. De plant is maar matig winterhard, maar groeit onder water onder het ijs zonder probleem.

Kenmerken

Bladeren: kransen van 4-6 langwerpige, 2-5 cm lange bovenwaterbladeren die verdeeld zijn in 12-36 fijne en tot 1,6 cm lange lijnvormige slippen. De bladeren onder water zijn groener, minder stijf en wat kleiner.
Stengels: tot een halve centimeter dik en enkele meter lang. Ze kruipen over natte grond of vlotten tegen de waterspiegel aan, het dicht bebladerde uiteinde - meestal een tiental cm of meer (tot ca. 30 cm) – steekt boven het water uit.
Groeivorm: bij sterke groei wordt een ‘mooi’ tapijt gevormd. Het drijft meestal in halve cirkels langs de waterlijn op het water.
Kleur: blauwgrijsgroen van kleur en berijpt.
In Duffel heeft hij enkele jaren geleden (in 2001) de sloot van de Babbelbeekse Beemden bijna laten toegroeien. Vlak voor een zeldzame Siberische koude-inval in december 2001 zijn alle planten door ons verwijderd, op de kant gelegd en alles op de kant is kapotgevroren. We werken al 5 jaar aan nazorg, en nog is de plant niet helemaal uitgeroeid, maar de zaak is wel goed onder controle.

Waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora of palustris of uruguayensis)

WaterteunisbloemDe waterteunisbloem is afkomstig uit Zuid-Amerika. Waterteunisbloem wordt verkocht als vijverplant. Zeer waarschijnlijk is dit de oorsprong van de (nieuwe) invasie (zogenaamde 'ontsnapping' uit vijvers). De plant is winterhard. Hij groeit zowel in stilstaand als in stromend water.

Kenmerken

Groeivorm: drijvende uitlopers die vanaf de oever vele meters per jaar het water in groeien. Zodra de drijvende mat dicht genoeg is, verheffen zich stengels die tot een meter hoog worden.
Bladeren: stomp spatelvormig tot bijna rond indien ze drijven. Wanneer ze uit het water steken zijn de bladeren lancetvorming met aflopende punt. Door de lichte kleur zijn de nerven doorgaans erg duidelijk afgetekend. De kleur van het blad is blauwgroen.
Wortels: opvallend zijn de kluwens, sponzige, witte wortels die bij vlottende planten in het water gevormd worden en die het drijfvermogen vergroten.
Bloem: geel.
Voorkomen in de regio: er is een haard bekend in de Zandstraat in Duffel. Hier heeft de waterteunisbloem de hele vijver ingepalmd.

Andere exoten

watersla (Pistia stratiotes),
waterhyacinth (Eichhornia crassipes),
watercrassula (Crassula helmsii),…
Deze exoten worden al waargenomen,  maar vormen (nog) geen probleem. Opvolging is echter belangrijk.

Enkele tips om de verspreiding van exoten tegen te gaan.
Voorkom exoten
Plant in je vijver enkel inheemse soorten. Ze zijn zeker zo aantrekkelijk en voor het natuurlijk evenwicht belangrijk.
Plant geen waterplanten aan in een baangracht of waterloop. Beter is om de natuur haar werk te laten doen.
Groeien er probleemplanten in je vijver, zorg er dan voor dat ze niet in een andere vijver, waterloop of gracht terechtkomen.

Verwijder exoten
Gebruik geen herbiciden voor het verwijderen van exoten. Dit is al uitgebreid geprobeerd, maar levert geen succes op, integendeel.
De enige, doeltreffende manier om plantenexoten te bestrijden, is een manuele verwijdering van de volledige plant – inclusief de wortels dus. Je doet dit het beste gewoon met de hand. Het is van groot belang dat je alle plantendelen verwijdert. Uit een klein stukje stengel met één knop kan al een nieuwe plant ontstaan. Controleer regelmatig op hergroei en verwijder die zo snel mogelijk. 

Meld broeihaarden
Als je ergens plaatsen kent waar deze soorten aanwezig zijn, kan je dit ook melden via info@vmm.be, aan de provincie dienst waterbeleid, de gemeente (milieudienst) of aan de beleidsverantwoordelijken van ons afdelingsbestuur Johan, Ludo of Wim. Geef in de mate van het mogelijke altijd zo exact mogelijke gegevens:
locatie: adres, perceelsnummer, eventueel aanduiding op een kaartje, bereikbaarheid van de locatie (van op openbare weg, percelen van aangelanden, …)
waterlichaam: gaat het om een poel, een waterloop of een baangracht ?
exoot: de soort en de spreidingsvorm (vlekjes, totale bedekking, enkel begroeiing aan de randen, …)
contactpersoon: voor eventuele bijkomende informatie

Bijkomende informatie
Bij onze beleidsverantwoordelijken (gegevens zie bestuurslijst) of via onze website www.natuurpunt.be/oudespoorweg (onderstaande linken zullen vermeld worden)
Via uw lokaal bestuur www.duffel.be of www.kontich.be
www.provant.be/leefomgeving/waterlopen/ongewenste_flora
www.vmm.be/water/waterbeheer/waterlopen-beheren-en-overstromingen-aanpakken/stimuleren-van-natuurlijke-waterlopen/probleemsoorten

 

Top
 
AWW-bermen:
 

Toepassing van het bermbeheersplan levert nu al resultaten op!

Er bestaat een samenwerking tussen onze afdeling en de Antwerpse waterwerken met het oog op het bermbeheer. Deze samenwerking begint nu al zijn vruchten af te werpen. De achteruitgang die bezig was in de AWW-bermen de afgelopen jaren (verruiging) is duidelijk tot stilstand gekomen, meer zelfs de bermen herstellen zich wel erg snel. De meeste kritische soorten blijven stabiel (zoals de Knolsteenbreek) maar enkele soorten gaan er nu al heel spectaculair op vooruit (zoals de grote ratelaar, maar ook het aantal orchideëen neemt licht toe). De bermen zijn nu al duidelijk minder gedomineerd door grassen en stikstofminnende planten zoals distels en netels. De wandelaars die de tropische hitte doorstonden op zondag 19 juni konden genieten van de prachtige flora.

De belangrijkste reden van deze vooruitgang is de latere eerste maaibeurt. Zoals we in een vorig artikel al schreven werd er sinds 1995 gemaaid volgens het bermbesluit, namelijk ergens vlak na 15 juni. Voor een aantal kritische soorten zoals de ratelaar was dit nefast. Sinds 2003 maait men terug pas vanaf 15 juli en dat blijkt de achteruitgang van de bermen te hebben gestopt.

Evaluatie van het maaibeheer op AWW

In 2004 werd door ons het beheer van AWW opgevolgd en geëvalueerd. In mei werd er een overleg tussen Natuurpunt en AWW georganiseerd en werden de positieve en negatieve zaken onderling besproken.

Positief was dat de door ons voorgestelde maaidata in het bermplan zeer goed werden nageleefd.

Er waren toch heel wat pijnpunten die een oplossing vroegen aan beide kanten:

Zo bleef het maaisel veel te lang liggen. Het bermdecreet schrijft maximaal 10 dagen voor, terwijl het op de AWWbermen soms 20 dagen of meer bleef liggen. Door de wisselvallige warme zomer van 2004 kon het hooi maar moeilijk drogen. Bovendien werd het hooi snel na het maaien samengekeerd op rijen, zodat drogen nog moeilijker werd. Het uiteindelijke resultaat was dat het hooi begon te rotten. Dit heeft uiteraard nefaste gevolgen voor de berm. Het rottende gras verrijkt de bodem met mineralen, en dat is juist wat we willen vermijden, een goed bermbeheer bestaat juist uit het verschralen van de bodem. Bovendien vormt rottend gras een ondoordringbare laag voor de kieming van zwakkere kruiden, en dat zijn juist de doelsoorten die de bermen zo bijzonder maken. Met het rottende gras had AWW een extra-probleem: ze konden er niets meedoen, niemand wou het.

Een ander minpunt was het gebruik van een te zware opraapmachine. Deze machine reed diepe sporen in de soms zompige bermen. Deze sporen werden dan ook nog eens opgevuld met grond van ergens anders als herstelmaatregel. Deze zaken zorgen voor een verdichting en verstoring van de bodem, wat nefast is voor de aanwezige flora. De enige planten die het op de opgevulde plekken goed doen zijn de soorten die we niet willen, zoals distels en brandnetels. Er is waarschijnlijk geen blijvende schade maar voor herhaling is deze handeling toch niet echt vatbaar.

Verder liet AWW ons weten dat de eerste maaidata best meevielen, maar dat de late maaidata wordt ervaren als te laat, zeker omdat alle bekkens laat gemaaid moeten worden volgens het bermplan. In oktober is het ook al minder evident om hooi te laten drogen door de kortere dagen en het vaak bewolkte en natte weer. De beheerder had liever dat bepaalde stukken vroeger in de herfst konden gemaaid worden namelijk, half september.

Op 25 juni hebben we dan ook nog eens een plaatsbezoek ter plekke gebracht en werd het nieuwe voorstel besproken en verder uitgewerkt. Door het plaatsbezoek kon de beheerder de resultaten zien, en het viel ook hen op dat bijvoorbeeld de ratelaar in aantal en plaatsen was toegenomen.

Nieuw voorstel

Om tegemoet te komen om wat meer spreiding te krijgen werd een nieuw systeem uitgewerkt. Tussen de zomer- en de najaarsmaaibeurt dient tenminste 2 tot 2,5 maand verschil te zijn. Hoe later op het seizoen hoe minder groeizaam het seizoen en hoe later er dus dient gemaaid te worden

Volgend schema geeft hieraan gevolg:

Datum zomermaaibeurt

Datum najaarsmaaibeurt

15 juli – 17 juli

Vanaf 25 september

18 juli - 22 juli

Vanaf 1 oktober

22 juli – 27 juli

Vanaf 10 oktober

27 juli – 1 augustus

Vanaf 20 oktober

Richtlijn: 2,5 maanden, maar hoe later de zomermaaibeurt, hoe minder groeikracht de planten nog hebben zodat er dus langer gewacht moet worden voor de 2 e maaibeurt.

Een voorbeeld om de bekkens te maaien kan er dan als volgt uitzien:

Bekken

najaarsmaaibeurt

zomermaaibeurt

Eekhoven

Vanaf 15/9

Niet

AWW 1

Vanaf 20/9

Niet

AWW 2

Vanaf 25/9

Niet + Vanaf 15/7

AWW 3

Vanaf 5/10

Niet + Vanaf 20/7

AWW 4

Vanaf 15/10

Niet + Vanaf 25/7

Bovendien is er ook afgesproken dat het maaisel niet meer blijft liggen, maar direct bij het maaien zelf opgezogen wordt. Voordeel is alvast dat de opruimmachine niet meer op de bermen zelf moet rijden. Ook kan het gras niet beginnen rotten. Op die manier kunnen de latere data toch gerespecteerd worden. Algemeen wordt aangenomen dat het direct opzuigen niet echt een nadeel is.

We zullen het beheer ook dit jaar goed opvolgen en zien of de vooruitgang zich doorzet.

Meer inlichtingen bij Johan

 

Top